Naturata Bio Knäckebröd
In Japan leidt al eeuwenlang een weg naar rijkdom en welvaart via boekweitnoedels. Want wie op oudejaarsavond een kom „Toshikoshi Soba“ tot de laatste druppel leeg eet, mag in het nieuwe jaar op financieel geluk hopen. Deze gewoonte is al sinds de Kamakura-periode in de 13e eeuw gedocumenteerd. Tempelpriesters en welgestelde heersers voorzagen het volk destijds rond de jaarwisseling van boekweitsoep. Het verband tussen boekweit en rijkdom is terug te voeren op een ritueel dat in die tijd gebruikelijk was bij goudsmeden en vergulders. In de hoge middeleeuwen werd bladgoud nog extreem dun geslagen. En elk klein restje was waardevol. Om ook in de fijne groeven en oneffen oppervlakken geen goudstof achter te laten, werd boekweitmeel op vers vergulde houtsnijwerken en sculpturen geblazen. Het fijne meel was in staat de gouddeeltjes op te nemen zonder de vergulding te beschadigen. Sindsdien gelden soba-noedels van boekweit in Japan als geluksbrengers en geldmagneten.
Anders dan de naam doet vermoeden, heeft boekweit niets met tarwe te maken. Omdat de driehoekige zaadjes visueel aan beukennootjes doen denken, maar als tarwekorrels kunnen worden gebruikt, staat de plant al meer dan 500 jaar onder deze naam bekend. Botanisch gezien is boekweit geen graansoort, maar een duizendknoopachtige en verwant aan rabarber en zuring, meer dan aan tarwe, rogge of spelt. In Centraal-Azië wordt boekweit al meer dan 4.500 jaar verbouwd. Maar in Midden-Europa kwam het pas in de late middeleeuwen terecht. Zijn komst in de 14e eeuw viel in een tijd die gekenmerkt werd door misoogsten, hongersnoden, oorlogen en de pest. Voor de geteisterde plattelandsbevolking van die tijd was de makkelijke plant een geschenk uit de hemel. Boekweit groeide ook op schrale, zanderige gronden, waarop tarwe en rogge nauwelijks opbrengst gaven. Het stelde weinig eisen aan de bodem, hoefde nauwelijks bemest te worden en kon al 10-12 weken na het zaaien worden geoogst. In veel regio's werd boekweit daarom al snel een onmisbaar basisvoedingsmiddel.
De boeren, die in zeer eenvoudige omstandigheden moesten leven, waren blij dat ze boekweit konden verbouwen. De vorsten, aan wie het land toebehoorde, stonden daarentegen wantrouwend tegenover de nieuwe plant uit het Verre Oosten. Bij de adel stond boekweit als „heidengraan” in een slecht daglicht; duur witbrood van tarwe gold daarentegen in de hogere klasse als statussymbool. Ironisch genoeg heeft boekweit echter een aanzienlijk hogere voedingswaarde dan tarwe. Het bevat alle negen essentiële aminozuren, mineralen zoals magnesium en ijzer, en diverse B-vitamines. De boekweitteelt bereikte zijn hoogtepunt in Midden-Europa in de 17e en 18e eeuw. Daarna werd het geleidelijk verdrongen door de aardappel. De knol uit de ‘Nieuwe Wereld’ stelde eveneens geen hoge eisen aan de bodem, maar was nog eens aanzienlijk opbrengstrijker. Naast de aardappel zorgden opbrengstrijkere graansoorten en veranderde teeltmethoden ervoor dat boekweit in heel Europa steeds meer werd verdrongen.
Dat boekweit in de 20e eeuw werd herontdekt, is vooral te danken aan reformwinkels en biologische winkels. Sindsdien geniet het pseudograan een toenemende populariteit.
Naast zijn hoge voedingswaarde en het nootachtige aroma heeft boekweit nog een ander groot voordeel: het is van nature glutenvrij. Boekweitmeel wordt traditioneel gebruikt voor pannenkoeken, galettes, wafels, brood en koekjes, en om sauzen te binden. Vanwege het ontbreken van gluten wordt het vaak gemengd met andere meelsoorten of gebruikt voor vrij plat gebak. Zoals bij het knapperige brood Boekweit Rode Biet van Naturata. De combinatie van nootachtig-bitter boekweitmeel met de aardse, zoetige smaak van rode biet zorgt voor aromatische afwisseling bij de lunch, brunch en tussendoortjes.
De knapperige broden van Naturata zijn luchtige, knapperige sneetjes gemaakt van plantaardige ingrediënten. De recepten beperken zich tot een klein aantal ingrediënten. De authentieke meelmengsels met peulvruchten, kastanjes, boekweit of rijst zijn een smakelijk alternatief voor brood. De knapperige sneetjes zijn een verrijking voor het ontbijt, de brunch en het avondeten. Ze smaken heerlijk met hartige beleg of met zoete of plantaardige smeersels, maar kunnen ook gewoon puur worden gegeten of als bijgerecht bij soep en salade worden geserveerd.